Onderstaande brief is meegestuurd met het advies Eerst kwaliteit, dan kwantiteit - advies over de bijdrage van biomassa in de duurzame energiedoelstellingen. Het Ministerie van VROM had de Commissie Corbey gevraagd een visie te ontwikkelen voor de doelstellingen voor duurzame energie in 2020 (in het bijzonder biobrandstoffen) in het kader van de Europese Richtlijn voor Hernieuwbare Energie. In het bijzonder was het de vraag of Nederland een hogere doelstelling dan de 10% duurzame energie voor de transportsector zou moeten opleggen.
Het advies Eerst kwaliteit, dan kwantiteit is rechtsboven aan deze pagina te downloaden.
Haarlem, 2 februari 2010
Geachte mevrouw Cramer, beste Jacqueline,
Hierbij bied ik u namens de CDB ons vierde advies aan: Eerst kwaliteit, dan kwantiteit - advies over de bijdrage van biomassa in de duurzame energiedoelstellingen.
In het Instellingsbesluit heeft u de CDB gebraagd te adviseren over de doelstelling duurzame energie voor de transportsector, en daarbij te kijken naar mogelijkheden om een hogere doelstelling dan 10% te verwezenlijken.
Voor de beantwoording van de adviesvraag hebben we gekeken naar de kosten, naar efficiëntie, naar technologische ontwikkelingen en uiteraard naar vraagstukken rondom duurzaamheid. Uit analyses, studies en rapportenvalt op te maken dat de inzet van biomassa een grote toekomst kan hebben in de transport- en energiesector, maar ook in de industrie. Vanaf ongeveer 2020 kan grootschalige inzet van biomassa concurrerend zijn met fossiele brandstoffen. Dat is goed, want het levert een bijdrage aan de vermindering van uitstoot van broeikasgassen en het vermindert de afhankelijkheid van schaars wordende aardolie. Hier zijn echter grote duurzaamheidsrisico's aan verbonden: er kan concurrentie met voedselmarkten optreden en er kan een zeer grote druk ontstaan om steeds meer land, waaronder natuurgebieden, in productie te nemen.
Daarom is het naar het oordeel van de CDB van groot belang om prioriteit te geven aan het beschikbaar maken van duurzame biomassa. Tot 2020 moet het niet de doelstelling zijn om zoveel mogelijk biomassa in te zetten, maar om te investeren in kwaliteit en duurzaamheid. De CDB beveelt aan te werken aan een strategie om duurzame biomassa beschikbaar te maken. Het gaat om investeringen in landbouwefficiëntie, in marginale gronden, in technologieën die gebruik van reststromen mogelijk maken, maar ook om de totstandbrenging van logistieke ketens. Van groot belang is het om te werken aan een mondiaal kader dat duurzaamheid bij inzet van biomassa garandeert. Het tegengaan van negatieve indirecte effecten (zoals verschuivingen in landgebruik en beïnvloeding van voedselprijzen) moet deel uitmaken van dit duurzaamheidskader.
Tegen deze achtergrond ziet de CDB geen reden om nu de doelstelling voor 2020 te verhogen. Allereerst is het onzeker of de technologie in 2020 voldoende uitontwikkeld is om een hogere doelstelling mogelijk te maken. Daarnaast is het onzeker of duurzaamheid voor grotere stromen voldoende gegarandeerd kan worden. Tegelijkertijd erkent de CDB dat voortvarendheid nodig is. Wanneer de ontwikkeling van duurzaamheidskaders in de praktijk sneller verloopt dan voorzien en wanneer de technologische ontwikkeling eerder grootschalige productie mogelijk maakt, zou in 2014 de doelstelling voor 2020 verhoogd kunnen of moeten worden. De CDB adviseert daarom om het beleid in 2014 te actualiseren.
Tot slot nog het volgende. Dit advies is onder grote tijdsdruk tot stand gekomen, waarbij de inzet van de leden en het secretariaat van de CDB zeer groot is geweest. Wij hebben zelf twee aspecten aangewezen die verdere uitwerking verdienen, namelijk de omgang met reststromen en de strategie om duurzame biomassa ook daadwerkelijk beschikbaar te maken. Hier zal de CDB in een later advies op terugkomen. Mochten er van uw kant naar aanleiding van dit advies nog verdere vragen zijn, dan zijn wij graag bereid hier naar te kijken.
Met vriendelijke groeten,
Dorette Corbey
Voorzitter Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa