Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa

Sitemap  |  Index  |  Disclaimer    NL  |  EN    RSS Feed

De commissie

Voorwoord Dorette Corbey

Van 2009 tot 2016 mocht ik de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa voorzitten. Een commissie die daardoor ook wel ‘Commissie Corbey’ werd genoemd. Hoe eervol ook, met die naam werden de overige commissieleden beslist te kort gedaan. Onze kracht was juist de brede samenstelling. De commissie bestreek het hele speelveld dat nodig is voor de transitie naar een duurzame bio-economie. Energie, chemie, landbouw. Beleid, techniek, politiek, NGO’s. Hierdoor konden we het kabinet integrale adviezen voorleggen, waarbinnen de verschillende branches en belangen elkaar al hadden gevonden.

 

Nú stappen zetten

Sommige adviezen kwamen moeizaam tot stand, maar we kwamen er altijd uit. Door goed naar elkaar te luisteren en met elkaar mee te bewegen. Soms waren adviezen praktischer van aard, soms beleidsmatiger – maar altijd met visie en oog voor zowel lange als korte termijn. Het is makkelijk om het eens te worden over wat je over 15 jaar wilt bereiken; iedereen wil duurzame land- en bosbouw, betere bescherming van de natuur, minder uitstoot van broeikasgassen en eerlijke sociale verhoudingen zonder uitbuiting. Moeilijker is om het eens te worden over de stappen die we nú moeten zetten.

 

Die discussie zijn we niet uit de weg gegaan. Het ging ons juist ook om concrete doelstellingen en maatregelen die nu ingevoerd kunnen worden. Zo adviseerden we in een van onze eerste adviezen ‘Eerst kwaliteit, dan kwantiteit’ om in het biobrandstoffenbeleid eerst betere duurzaamheidscriteria in te voeren en pas daarna het volume op te voeren. Later adviseerden we te sturen op vermindering van de uitstoot broeikasgassen. Dat betekende heel concreet ook de afschaffing van de bijmengverplichting en de dubbeltellingregeling.

 

Politieke erkenning

De commissie heeft onderwerpen op de politieke agenda gezet. Onze benadering om indirecte effecten van landgebruik te voorkomen (indirect land use change, ILUC) kreeg erkenning in Den Haag. In de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen is opgenomen dat geen bossen gekapt mogen worden voor het verbouwen van grondstoffen. Terecht, want dat zou de positieve effecten van biobrandstoffen tenietdoen. Dan nog bestaat een levensgrote kans op verdringing: als landbouwgrond voor voedsel wordt ingezet voor biobrandstoffen, en om aan de vraag naar voedsel te voldoen alsnóg bossen worden gekapt. Dan zijn we niets opgeschoten.

 

Om deze indirecte veranderingen in landgebruik te voorkomen hebben wij gepleit voor meer aandacht voor landbouwefficiëntie. Met betere landopbrengsten is minder land nodig. Daarnaast kunnen reststromen uit de landbouw als grondstof dienen voor biobrandstoffen. Het opnemen van een ILUC-factor in de berekening van broeikasgasemissies kan de landbouw aanzetten tot meer efficiëntie en beter gebruik van reststromen. Dan wordt landbouw onderdeel van de oplossing en ontstaat een winwin-situatie: betere voedselvoorziening én schonere brandstoffen. Dit advies zie ik als de kiem voor verschillende latere adviezen waarin we het ILUC-beleid nader hebben uitgewerkt.

 

Sociaal verduurzamen

De commissie had ook oog voor de sociale component van verduurzaming. Voor mensen, boeren – óók kleine – en hun inkomens- en voedselzekerheid. We hebben aan de bel getrokken dat Europese regelgeving geen rekening houdt met de sociale gevolgen en sociale context van biomassaproductie. De Europese richtlijn hernieuwbare energie (RED) moet hier doelstellingen voor formuleren en sturen op het voorkómen van sociaal onrecht. Dat gebeurt nu nog steeds te weinig.

 

Duurzame bio-economie

Om verduurzaming van de bio-economie in de volle breedte te realiseren, hebben we ons niet beperkt tot biobrandstoffen. We hebben ons ook gebogen over voedsel, elektriciteit, chemie en in ons laatste advies over afval. We zijn overtuigd dat beleid voor duurzame biobrandstoffen en energie ook toepasbaar is op chemie en voedsel. Dit beleid verplicht brandstof- en energieleveranciers een steeds groter aandeel hernieuwbaar en duurzaam te produceren. Dit principe kun je ook toepassen op chemische en voedselproducten. Door afspraken te maken met leveranciers om een steeds groter deel van hun aanbod ‘duurzaam’ te maken. Daar zien wij een taak voor de overheid weggelegd. Eerste stap is dan wel duidelijk maken wat precies ‘duurzaam’ is. Die vraag hebben we beantwoord; in ons laatste advies geven we onze visie op duurzame biomassa en nieuwe duurzaamheidscriteria. Die criteria moeten op álle biomassa toegepast worden – ongeacht of de maïs, tarwe, soja of palmolie bedoeld is voor voedsel, chemie, veevoeder of energie.

 

Als kroon op ons werk zie ik onze visie ‘Naar een duurzame bio-economie’, die tot stand kwam na diverse bijeenkomsten en gesprekken met ruim 140 stakeholders. We hebben het kabinet concrete aanbevelingen gedaan om de transitie naar een duurzame bio-economie te versnellen. Dat is volgens ons hard nodig om natuur en klimaat te beschermen én om bij te dragen aan groene groei in Nederland. Kansen voor vergroening van onze economie zijn er volop, maar we moeten ze wel pakken.

 

De Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa houdt per 2016 op in deze vorm te bestaan. Ik hoop van harte dat al onze adviezen, net zoals zaadjes en vruchten die uit een boom vallen, in een later stadium opnieuw wortel zullen schieten. Dat ze ergens, op welke manier en in welke vorm dan ook, weer opbloeien en verder groeien. Ik hoop bovenal dat de commissie de economie een beetje groener heeft gekleurd. 

 

Namens alle commissieleden van 2009 tot 2016,
Dorette Corbey
@dorettecorbey