Sitemap  |  Index  |  Disclaimer    NL  |  EN   

Opdracht

Opdracht

De Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (Commissie Corbey), waarin wetenschap, bedrijven en NGO’s verenigd zijn, heeft sinds 2009 het Kabinet regelmatig geadviseerd over de duurzaamheid van biomassa. De achtergrond hiervoor was de Europese richtlijn hernieuwbare energie (RED, Renewable Energy Directive) die de lidstaten verplicht tot 20% hernieuwbare energie (gemiddeld over de lidstaten) en 10% hernieuwbare transportbrandstoffen in 2020. De focus bij de advisering lag dan ook bij duurzaamheidsvraagstukken rond vloeibare biobrandstoffen voor transport.

 De vragen rond de duurzaamheid van biomassa zijn echter een steeds breder terrein gaan bestrijken. Naast vraagstukken gerelateerd aan biobrandstoffen komen in het maatschappelijke en politiek debat steeds nadrukkelijker  ook andere energietoepassingen in beeld, en andere industrietakken waar biomassa wordt ingezet.

 Op 28 juni 2011 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu daarom besloten de adviestaak van de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa nog twee jaar voort te zetten. De commissie heeft een nieuw mandaat gekregen met een bredere focus op de duurzaamheid van biomassa.

 In het (vernieuwde) instellingsbesluit van de Commissie Corbey is opgenomen dat in de eerste plaats advies zal worden uitgebracht over:

 

a.      de mogelijkheden van het uitbreiden van de werkingssfeer van de duurzaamheidscriteria, zoals die in de richtlijnen zijn vastgelegd en verder worden ontwikkeld, naar andere toepassingen van biomassa in de economie, en van het nader specificeren van de duurzaamheidscriteria voor verschillende toepassingen van biomassa, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op:

1° de inzet van biomassa voor alle vormen van energieproductie, mede in relatie tot duur-zaamheidsprestaties van fossiele energie;

2° de inzet van biomassa in andere industriële sectoren zoals de chemiesector;

3° de duurzaamheidsprestaties van fossiele grondstoffen en van voedselproductie, voor zover dat voor het adviseren over de duurzaamheid van biomassa in de energie- en industriesec-tor relevant is;

4° de mogelijkheden voor de overheid om te bevorderen dat schaarse duurzame biomassa zo efficiënt mogelijk wordt ingezet;

5° de mogelijkheden om aan te sluiten bij reeds bestaande vrijwillige duurzaamheidscriteria voor biomassa in de betreffende sectoren en bij in andere lidstaten van de Europese Unie ontwikkelde instrumenten;

6° de mogelijkheden om transparantie op het gebied van duurzaamheid in de betreffende productieketens te bevorderen, waarbij ook naar in andere lidstaten van de Europese Unie ontwikkelde mogelijkheden wordt gekeken.

 

b.      het verwezenlijken van de 10%-doelstelling in Nederland, mede ten behoeve van het actieplan als bedoeld in artikel 4 van richtlijn 2009/28/EG, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op:

1° de optimale inzet van de meest duurzame biobrandstoffen, waarbij rekening wordt gehouden met verdringingseffecten in de economie;

2° de mogelijkheden die de overheid en het bedrijfsleven hebben om het bereiken van de 10%-doelstelling te bespoedigen en uit te breiden naar vervoersmodaliteiten die nu nog niet worden omvat in de regelgeving ter implementatie van richtlijn 98/70/EG en richtlijn 2009/28/EG;

3° de actuele duurzaamheidsvraagstukken die bij de verdere ontwikkeling van het Europese beleid aan de orde zijn, waaronder in ieder geval is begrepen: het vraagstuk van de indirecte effecten van de productie en het gebruik van biomassa, in het licht van de doelstelling om op duurzame wijze reductie van broeikasgasemissies te bereiken door middel van de inzet van biomassa, en het vraagstuk van de effecten op sociaal gebied van de productie van biomassa.

 

Het gebruik van biomassa en biobrandstoffen roept grote maatschappelijke vragen op en is tegelijkertijd een terrein dat in beweging is. De Commissie Corbey is daarom gevraagd een forum te bieden voor maatschappelijke discussie.

 

Missie

Het tijdspad voor implementatie is krap. Het is de ambitie van de Commissie Corbey om adviezen te produceren van hoge kwaliteit die in principe zo overgenomen kunnen worden door de Nederlandse regering. Om dit te kunnen realiseren moet de Commissie Corbey intensief voeling houden met de Europese Commissie (en enkele andere lidstaten, met name Duitsland en het VK). Uiteraard zullen er binnen de Commissie Corbey verschillende meningen bestaan, waarbij de verwachtingen ten aanzien van biomassa een rol spelen. Het beheersen van de potentieel negatieve gevolgen van stimulering van gebruik van biomassa is van belang. Maar daarnaast wil de Commissie graag in elk advies ook de kansen voor bijvoorbeeld innovatie, verduurzaming, armoedebestrijding of werkgelegenheid meewegen. Als laatste wil de Commissie zich beraden op een bredere toepassing van duurzaamheidscriteria, bijvoorbeeld in de voedselsector en de energiesector. De missie van de Commissie Corbey is als volgt:

 

De Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (Commissie Corbey) is zich bewust van mogelijk negatieve effecten van het stimuleren van grootschalig gebruik van biomassa voor energiedoeleinden en materialen. Ze spant zich in en doet voorstellen om deze ongewenste effecten te voorkomen en bepleit praktische en controleerbare uitvoeringsmaatregelen. De Commissie Corbey realiseert zich daarbij dat de inzet van biomassa ook kansen biedt. De Commissie Corbey zoekt actief naar mogelijkheden om kansen te benutten voor verduurzaming van landbouw en energiesector, innovatie, kennisontwikkeling, werkgelegenheid in Nederland en daarbuiten.”
 De Commissie Corbey onderhoudt contact met beleidsmakers in Nederland, in Brussel, Duitsland, het VK en wellicht andere EU-landen. Daarnaast zal de Commissie zich zoveel mogelijk op de hoogte stellen van ontwikkelingen en beleidsvoorkeuren in de VS, maar zeker ook in Brazilië, Maleisië, Indonesië en andere relevante (ontwikkelings-)landen.
Het werkterrein van de Commissie Corbey betreft in eerste instantie het gebruik van biomassa voor de energiesector (transport en elektriciteit) en de chemie. Dat betekent dat de Commissie zowel adviseert over de duurzaamheid en inzet van biomassa voor transportdoeleinden als over de duurzaamheid en inzet van biomassa voor productie van elektriciteit of warmte. Daarnaast erkent de Commissie de noodzaak om op termijn te komen tot duurzaamheidscriteria voor de hele energiesector (incl. fossiele brandstoffen) en ook voor de voedselsector. De Commissie zal hier in het tweede jaar nader op ingaan.